Dat maakt het opschalen van verduurzaming kostbaarder en trager dan nodig is. De werksessie ‘Nationale Handvatten Woningverduurzaming’, gehouden op het Verbouwstromen Forum van 11 maart, liet zien hoe dat anders kan.
Opzet van de sessie
De sessie was tweedelig: de ochtendsessie was gericht op het kader en de inhoud, de middagsessie op de praktijk. Dagvoorzitter en trekker van de handvatten namens Verbouwstromen was Klaas Vegter.
Ochtendsessie: het kader
Verbouwstromen heeft het afgelopen jaar, in opdracht van het ministerie van VRO, gewerkt aan de Nationale Handvatten Woningverduurzaming. Dit is een gezamenlijk afgestemd kader, ontwikkeld samen met partijen als Aedes, OnderhoudNL, TechniekNL, WE-adviseurs en Building Balance, dat verhuurders helpt om integraal en vergelijkbaar te sturen op verduurzaming.
Het vertrekpunt is prestatiegericht werken: in plaats van voorschrijven welke oplossingen een corporatie moet toepassen, geeft het handvat inzicht in toetsbare prestaties. Dat geeft ruimte voor innovatie, maakt uitvragen vergelijkbaar en helpt de markt om te standaardiseren omdat duidelijk is waarop wordt gestuurd.
De handvatten omvatten vijf thema’s: energie, materiaal, klimaatadaptatie, natuur, en gezondheid & comfort. Per thema zijn indicatoren benoemd met, indien beschikbaar, bijbehorende bepalingsmethoden. Voor energie zijn die methoden het verst uitgewerkt, via de bekende NTA 8800. Voor thema’s als klimaatadaptatie en natuur zijn de indicatoren wel aangewezen, maar zijn landelijk vastgestelde bepalingsmethoden nog in ontwikkeling. De handvatten maken expliciet zichtbaar wat de stand van zaken is in de sector, en waar er nog verder ontwikkeld kan worden.
Een belangrijk aandachtspunt dat in de ochtend naar voren kwam: verduurzamingsthema’s beïnvloeden elkaar. Kierdichting vermindert warmteverlies maar verhoogt hittestress als er onvoldoende geventileerd wordt. Vergroening van het perceel helpt tegelijkertijd bij hittestress, waterberging én biodiversiteit. Een integrale blik op alle thema’s samen levert betere resultaten dan optimaliseren op één indicator tegelijk.
David Aanink van WE-adviseurs zoomde in op de indicator voor materiaalgebonden emissies, GWPfossiel, en liet zien hoe deze indicator werkt, wat hij meet en wat je ermee kunt sturen in projecten. Zo werd concreet wat prestatiegericht werken op het thema materiaal in de praktijk inhoudt.
Middagsessie: de praktijk
Tijdens de middagsessie bespraken we drie praktijkvoorbeelden. Niels Vlieg van VRDRS liet zien hoe organisatie-overstijgend samenwerken bijdraagt aan innovatieve oplossingen in verduurzaming. Sjoerd Klijn Velderman van Building Balance nam deelnemers mee in een biobased-dakoplossing en wat de toepassing daarvan vraagt van opdrachtgevers en uitvoerders. José van der Loop lichtte toe hoe de Nationale Handvatten worden toegepast binnen de Regionale Verbouwstromen Huur: de handvatten worden daar straks gebruikt in de vraagspecificatie bij aanbestedingen, waarmee prestaties vergelijkbaar worden over corporaties en projecten heen.
De praktijkvoorbeelden lieten zien wat het handvat toevoegt zodra het in een concreet project landt: het dwingt aan de voorkant tot een gesprek over wat je wilt bereiken en biedt daarna de taal om dat met de markt te delen.
Overdracht naar RVO
Per 11 maart zijn de Nationale Handvatten Woningverduurzaming door Verbouwstromen overgedragen aan RVO. RVO verzorgt in het voorjaar van 2026 de officiële lancering, met een webpagina en downloadbaar document, en neemt ook de doorontwikkeling van de handvatten op zich. Brancheorganisaties en het ministerie van VRO blijven daarbij betrokken.
Verbouwstromen past de handvatten intussen al toe in de eigen aanpak, onder meer via de Regionale Verbouwstromen Huur, en deelt de ervaringen die daarin worden opgedaan met de sector.





