Bijzondere samenwerking voor versnelling en schaal
Eind januari hebben Aedes en Verbouwstromen een bijzondere samenwerkingsovereenkomst getekend. Doel van het partnerschap is het ondersteunen van woningcorporaties bij het inrichten van renovatietreintjes. Oftewel: het organiseren van langjarige regionale coalities van woningcorporaties en marktpartijen, met als doel het sneller en efficiënter invullen van de onderhouds- en verduurzamingsopgave. “Door samen op te trekken creëer je meer slagkracht, meer continuïteit en je kunt de kosten beter in de hand houden,” zei Liesbeth Spies tijdens het tekenmoment.
“Samenwerking tussen corporaties, marktpartijen en gemeenten is cruciaal”

Liesbeth Spies
Voorzitter Aedes
Praktijkverkenning
In juli 2025 bracht Aedes al een praktijkverkenning uit over renovatietreintjes, onder het motto “samenwerken loont – en standaardisatie maakt het verschil”. En vrijwel tegelijkertijd werd er binnen Verbouwstromen gewerkt aan een nieuw programma dat de vorming van renovatietreintjes stimuleert: Regionale Verbouwstromen Huur (RVH). Al snel werd duidelijk dat de door RVH ontwikkelde aanpak, gebaseerd op de lessen van ‘20 jaar verduurzamen’, heel goed aansluit op de bevindingen van Aedes. Daarom worden de krachten nu gebundeld.
Tekenmoment
Op 29 januari werd op de WOCODA 2026 de samenwerking officieel bekrachtigd met de handtekeningen van Liesbeth Spies (voorzitter Aedes), Michiel Kirch (directeur TKI Urban Energy, de penvoerder van Verbouwstromen) en Jan van Beuningen (directeur Bouwen en Energie, VRO).
Rick van den Bos richtte zich namens RVH tot de aanwezigen op de beursvloer: “Wat deze drie partijen verbindt is dat we de verduurzamingsopgave willen versnellen en verder willen professionaliseren. Dat doen we door kennis, instrumenten en capaciteit te bundelen. We hopen op een flink aantal nieuwe consortia in ons leerprogramma, waarin opschaling en kostenreductie centraal staan. We hebben er inmiddels al 7, met 35 corporaties en meer dan 25 bouwers. Ik hoop dat er dankzij de RVH tenderaanpak dit jaar nog minstens 3 consortia bij komen.”
Kosteneffectiviteit
Na het tekenmoment spraken we verder met Liesbeth Spies over de renovatietreintjes aanpak. Eén van de redenen om regionale coalities te vormen is kostenbeheersing. Liesbeth Spies: “We hebben de afgelopen jaren enorm veel geïnvesteerd in het verbeteren van de energieprestaties van de bestaande woningvoorraad. Maar als je naar de langere termijn kijkt, dan zie je dat de onderhoudskosten ieder jaar hoger worden. En je ziet dat de kosten sneller stijgen dan de inflatie. In 2024 is aan onderhoud en renovatie een recordbedrag van 12,1 miljard euro uitgegeven. Het is niet houdbaar als corporaties structureel meer geld aan renovatie en verduurzaming moeten uitgeven dan dat er aan huurpenningen binnenkomt. Daarom moeten we als sector nadenken over de vraag hoe we goed kunnen zorgen voor de kwaliteit van de bestaande woningen, op een kosteneffectieve manier. En verbouwstromen kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Ik denk dat samenwerking cruciaal is. Dat geldt niet alleen voor corporaties onderling. Maar ook voor de relatie met de bouwers en onderhoudspartijen, én de gemeentebesturen die de vergunningen moeten leveren.”
Nieuwe manier van werken
Liesbeth Spies: “We weten dat een nieuwe manier van werken ook intern niet vanzelf gaat. Medewerkers zijn soms al decennialang gewend om op een bepaalde manier te werken. Maar deze tijd vraagt om andere aanpak, om nieuwe technieken, het gebruik van andere materialen, noem maar op. Dat vraagt ook om een cultuurverandering. Ik denk dat daar een belangrijke taak ligt voor de directie en bestuurders van woningcorporaties.”
“En soms zullen we ook in de spiegel moeten kijken. Het kan niet zo zijn dat wij gemeenten verwijten dat ze allemaal lokale koppen op nationale wet- en regelgeving zetten, terwijl iedere woningcorporatie haar eigen aanpak bedenkt en deze in zeer gedetailleerde programma’s van eisen vastlegt. Dat kan in de praktijk bijvoorbeeld leiden tot verschillende aanpakken voor vrijwel identieke complexen. Moeten we dan zelf ook niet wat meer naar die uniformiteit en gezamenlijkheid toe bewegen, door veel meer op hoofdlijnen voor te schrijven wat de te bereiken doelen zijn? En door vervolgens de markt uit te dagen op de vraag hoe ze die doelen kunnen realiseren?”
“Af en toe zullen we ook in onze eigen sector heilige huisjes moeten slopen, in belang van je eigen organisatie. Want het idee is dat je daardoor de kosten beter in de hand kunt houden, en dat je toekomstbestendiger bent, waardoor je dus meer kunt doen voor de huurders.”
Innovatie
Michiel Kirch van TKI Urban Energy benadrukt dat het organiseren van verbouwstromen ook meer zekerheid biedt voor bouwbedrijven en onderhoudsbedrijven:
“Als marktpartijen beter kunnen voorspellen wat er van ze gevraagd wordt, zullen ze bereid zijn om te investeren in het optimaliseren van de bedrijfsvoering.”

Michiel Kirch
Directeur TKI Urban Energy, de penvoerder van Verbouwstromen.
Kirch vertrouwt erop dat binnen een renovatietrein de beschikbare middelen beter worden ingezet. Daarnaast krijg je meer mogelijkheden om op grote schaal innovatieve technieken in te zetten: “Denk bijvoorbeeld aan een drone die in één vlucht door de straat tot op de vierkante millimeter de staat van de woningen in kaart brengt en met behulp van AI tooling vertaalt in onderhouds- en renovatieplannen.” Zo snijdt het mes dus aan meerdere kanten tegelijk.
Continuïteit creëren
Ook Jan van Beuningen (VRO) ziet de samenwerking tussen Aedes en RVH als een belangrijke hefboom voor het versnellen van de energietransitie: “Er ligt een maatschappelijke opgave om miljoenen woningen te verduurzamen, en de huidige aanpak schiet helaas nog tekort.” Van Beuningen stelt vast dat het ‘individuele spoor’ van de energietransitie in de gebouwde omgeving behoorlijk goed loopt. “Maar wat op dit moment nog achterblijft is het collectieve spoor, dat juist essentieel is voor grootschalige oplossingen zoals warmtenetten. De gedachte achter Verbouwstromen is dat je een continue vraag creëert, die als basis kan dienen voor innovatie en opschaling. Het uiteindelijke doel is om slimmer, sneller en goedkoper, of in ieder geval met dezelfde menskracht meer te kunnen verduurzamen.”
Toepassing van circulaire en biobased materialen
Woningcorporaties spelen volgens Van Beuningen een centrale rol in de energietransitie. “Enerzijds hebben ze massa, anderzijds valt er efficiëntiewinst te behalen. Onderhoud en verduurzaming worden nu nog vaak in projecten uitgevoerd. Dit leidt tot oplopende kosten en het beperkt de toepassing van circulaire en biobased materialen. Door grootschaliger en efficiënter te werken over de hele keten met behulp van verbouwstromen wordt verdere industrialisatie, standaardisering en digitalisering mogelijk.” Daarnaast benadrukt Van Beuningen dat er ook al veel te winnen valt door procesverbetering: sturen op een continue werkvoorraad en betere afstemming binnen een consortium.
Neem contact op met RVH
Partijen die interesse hebben in deelname aan het RVH-programma worden uitgenodigd om meteen contact op te nemen. De eerste drie consortia die zich melden bij Regionale Verbouwstromen Huur krijgen kostenloos ondersteuning en procesbegeleiding tijdens het hele traject, van de verkenning tot de uitvoering. Corporaties die hiervoor in aanmerking willen komen moeten de intentie hebben om in een regionale coalitie, waar ten minste twee woningcorporaties aan deelnemen, minimaal 1.000 woningen te verduurzamen in een programma met vaste ketenpartners.





