De verduurzamingsketen is in beweging, maar nog niet schaalrijp
De ambitie om grootschalig te verduurzamen is er. Net als de urgentie. Toch blijft de belofte van opschaling -sneller, goedkoper en beter door herhaling- in de praktijk lastig te realiseren. Corporaties, bouwers en andere partners investeren volop in samenwerking, kennisdeling en nieuwe aanpakken. Tegelijkertijd blijkt dat verdere opschaling vraagt om betere aansluiting in planning, besluitvorming, standaardisatie en samenwerking.
Verbouwstromen onderzocht samen met USP Marketing Consultancy hoe schaalrijp de markt daadwerkelijk is. Centraal staan zeven voorwaarden die bepalend zijn voor structurele opschaling. De uitkomst: de sector scoort gemiddeld een 3,5 op een schaal van 1 tot 5. Voor structurele opschaling is minimaal een 4,0 nodig.
Dat verschil lijkt klein, maar maakt in de praktijk het verschil tussen incidenteel schaalvoordeel en een verduurzamingsaanpak die voorspelbaar beter wordt naarmate je vaker herhaalt. Bovendien is 3,5 een gemiddelde: juist op de voorwaarden die nodig zijn om samenwerking op schaal te organiseren, blijft de score achter.
Dit artikel legt uit wat de scores betekenen, waar opschaling in de praktijk vastloopt en wat je daar concreet aan kunt doen. Daarmee vormt het ook de kapstok voor verdere verdieping binnen het Leerprogramma van Verbouwstromen Huur. De inzichten uit het onderzoek en de praktijkvoorbeelden helpen scherp te krijgen waar corporaties, bouwers en andere partners nu staan, welke voorwaarden nodig zijn voor opschaling en welke vervolgstappen logisch zijn per thema, spoor en perspectief.
Hoe schaalrijp is de verduurzamingsketen echt?
Het volledige onderzoek lezen? Download het rapport Het Verhaal van Schaal van Verbouwstromen en USP Marketing Consultancy voor alle onderzoeksresultaten, analyses en praktijkinzichten.
Om de onderzoeksuitkomsten te duiden en te toetsen aan de praktijk, zijn in dit artikel ook voorbeelden opgenomen uit de praktijkverkenning Renovatietreintjes van Aedes, Bouwend Nederland en Platform31. Die praktijkvoorbeelden laten zien hoe corporaties en marktpartijen vandaag al werken aan schaalbare verduurzaming. De praktijkvoorbeelden in dit artikel bouwen voort op de samenwerking tussen Verbouwstromen en Aedes rond renovatietreintjes in de corporatiesector. Aedes en Verbouwstromen hebben de ambitie samen meer renovatietreintjes op de rails zetten.
Onderzoeksopzet
Wat schaalrijpheid eigenlijk meet
Opschalen is geen doel op zichzelf. Het is een middel om meer woningen betaalbaar te verduurzamen door tijd, capaciteit en geld beter te benutten. Maar opschaling werkt alleen als de randvoorwaarden op orde zijn.
Het onderzoek verdeelt die voorwaarden in twee groepen:
Die voorwaarden hangen nauw met elkaar samen. Zonder vertrouwen ontstaat geen transparantie. Zonder transparantie wordt het lastig om prestaties vergelijkbaar te maken. En zonder bewijs wordt investeren in verbetering een hol verhaal.
Onderzoeksresultaten
99 organisaties namen deel aan het onderzoek: woningcorporaties, bouwers, vastgoedonderhoudsbedrijven, fabrikanten en toeleveranciers. De resultaten laten een opvallend beeld zien.
De hoogste score gaat naar samenwerkingsdiscipline. Partijen willen samenwerken en investeren daar zichtbaar in. Tegelijkertijd blijven juist de voorwaarden die nodig zijn om samenwerking op schaal te organiseren achter. De laagste score gaat naar volume. Niet omdat er te weinig woningen zijn om te verduurzamen, maar omdat de opgave nog vaak versnipperd in de markt wordt gezet.
De resultaten laten bovendien een duidelijk verschil zien tussen structuur en gedrag. Op de gedragsfactoren scoort de sector relatief sterk. Op de structuurvoorwaarden die nodig zijn om verduurzaming op grotere schaal te organiseren, blijven de scores achter.
De scores laten vooral zien dat de bereidheid om samen te werken aanwezig is, maar dat de organisatie van schaal achterblijft. Juist de structuurvoorwaarden (volume, continuïteit, standaardisatie en voorspelbaarheid) bepalen of samenwerking ook echt herhaalbaar, planbaar en efficiënter wordt.
Ook de praktijkverkenning Renovatietreintjes van Aedes, Bouwend Nederland en Platform31 onderstreept dat beeld. Daaruit blijkt dat schaalvoordelen vooral ontstaan wanneer opgaven voldoende groot en langdurig georganiseerd zijn. In de gesprekken voor de publicatie wordt een omvang van circa 1.000 woningen genoemd als referentiepunt voor het realiseren van aanzienlijke schaalvoordelen. Een renovatietrein moet immers op stoom komen, zodat partijen van elke fase kunnen leren en verbeteringen kunnen doorvoeren. Ook op kleinere schaal zijn voordelen mogelijk, maar blijven leereffecten en kostendalingen vaak beperkter.
De ketenparadox: iedereen heeft gelijk
Het meest interessante inzicht uit het onderzoek is de kloof tussen hoe verschillende partijen dezelfde werkelijkheid ervaren. Corporaties, bouwers en leveranciers werken aan dezelfde verduurzamingsopgave, maar beoordelen die vanuit verschillende verantwoordelijkheden, risico’s en tijdshorizonnen. Dat noemen we de ketenparadox.
Neem continuïteit. Corporaties beoordelen die met een 4,1. Hun perspectief: we hebben de verduurzamingsopgave voor meerdere jaren in beeld en investeringen zijn grotendeels geborgd. Bouwers beoordelen diezelfde continuïteit met een 3,3. Voor hen ontstaat continuïteit pas wanneer werkzaamheden voldoende concreet, planbaar en voorspelbaar zijn om capaciteit voor langere tijd te organiseren.
Dat verschil is belangrijk. Een meerjarige verduurzamingsopgave of investeringshorizon betekent nog niet automatisch dat er ook sprake is van een meerjarige werkstroom. Voor corporaties kan de zekerheid zitten in beleid, budget en ambitie. Voor bouwers ontstaat zekerheid pas wanneer zichtbaar wordt welke woningen wanneer worden aangepakt en welke volumes daadwerkelijk beschikbaar komen.
Jorg van Waas van Caspar de Haan kent beide kanten van de tafel. Hij werkte eerder bij een woningcorporatie en ziet nu aan uitvoerende zijde wat planningswijzigingen doen met een bouwstroom:
“Aan de kant van het onderhoudsbedrijf zie ik welke impact het verschuiven van een projectplanning heeft. Had ik dat geweten in mijn tijd bij de corporatie, dan was ik daar anders mee omgegaan.”

Jorg van Waas
Caspar de Haan
Wat voor een corporatie een beperkte wijziging lijkt, kan voor een bouwpartner betekenen dat teams moeten worden verplaatst, capaciteitsreserveringen vervallen en planningen opnieuw moeten worden opgebouwd. Andersom zijn bestuurlijke, financiële en maatschappelijke afwegingen binnen corporaties voor uitvoerende partijen niet altijd zichtbaar. De spanning zit daarom niet in onwil, maar in de verschillende realiteiten waarin partijen opereren.
De ketenparadox laat zien dat opschalen niet alleen vraagt om samenwerking, maar ook om een gedeeld begrip van wat continuïteit, voorspelbaarheid en zekerheid in de praktijk betekenen.
Zeven voorwaarden van schaalrijpheid
Klik op een voorwaarde voor de volledige analyse
Structuurvoorwaarden
Structuurvoorwaarden vormen de organisatorische basis voor schaalbare samenwerking, met voldoende volume, continuïteit, standaardisatie en voorspelbaarheid.
Gedragsvoorwaarden
Gedragsvoorwaarden bepalen of samenwerking daadwerkelijk schaalbaar wordt, door samenwerkingsdiscipline, vertrouwen en bewijsbereidheid.
Vier handvatten: wat kun je nu anders doen?
Welke stap relevant is, hangt af van je rol in de verduurzamingsketen. Toch wijzen de onderzoeksresultaten en praktijkvoorbeelden in dezelfde richting: schaal ontstaat niet vanzelf. Zij vraagt om een opgave die concreet, planbaar en leerbaar wordt georganiseerd.
Conclusie: de wil is er, maar de samenwerking is nog niet schaalrijp
Het onderzoek laat zien dat de sector in beweging is. Partijen willen samenwerken en investeren in verbetering, maar de gemiddelde score van 3,5 laat ook zien dat structurele opschaling nog niet vanzelf ontstaat. De grootste opgave zit in het concreet organiseren van de randvoorwaarden: voldoende volume, voorspelbare werkstromen, veilige samenwerkafspraken, goede voorbereiding en het vermogen om lessen mee te nemen naar volgende projecten.
De praktijkvoorbeelden in dit artikel laten zien dat schaalbare verduurzaming mogelijk is via principes die corporaties kunnen vertalen naar hun eigen bezit, organisatie en partners. Daarmee verschuift de vraag van ambitie naar uitvoering: wat is de volgende stap die nodig is om de eigen verduurzamingsopgave schaalbaarder te organiseren?
Die vraag vormt de basis voor het Leerprogramma van Verbouwstromen Huur. Daarin vertalen we inzichten uit onderzoek en praktijk naar een opschalingsroute in vijf fasen, een scan gekoppeld aan gericht advies en kennisproducten die corporaties helpen bepalen waar zij staan en welke vervolgstap logisch is. Het Leerprogramma maakt lessen uit de sector beschikbaar én toepasbaar, zodat corporaties deze kunnen vertalen naar keuzes, samenwerking en uitvoering.




