DE MOED OM SAMEN TE WERKEN

Voor Rick van den Bos is samenwerken elke keer een ontdekkingstocht: ‘Het is nooit copy-paste.’ Als marktowner Huur bij Verbouwstromen begeleiden hij en zijn collega’s samenwerkingsverbanden van woningcorporaties en bouwbedrijven die werken aan verduurzaming van grote volumes woningen. Het belangrijkste: ‘Investeer in de infrastructuur van je samenwerking.’

Een organisatiepsycholoog met liefde voor techniek: zo typeert Rick van den Bos zichzelf. ‘Ik noem mezelf ook wel “innovatoloog”,’ zegt Rick lachend. ‘Een samentrekking van innovator en psycholoog.’ Volgens hem is precies die combinatie nodig voor succesvolle én innovatieve samenwerkingen in de bouw. ‘Innovaties van de grond krijgen in de bouw is bijzonder moeilijk,’ aldus Rick. ‘De sector is extreem versnipperd en heeft een soort auto-immuunsysteem tegen innovaties. Nieuwe dingen stuiten op weerstand omdat partijen hun belangen in gevaar zien komen, terwijl dat niet nodig is.’

Mede daarom ging Rick zich toeleggen op het bevorderen van samenwerkingen in bouwconsortia. ‘Zodat processen worden gestandaardiseerd en innovaties veel makkelijker over een goed functionerend wegennet worden uitgereden. Met mooi strak biobased asfalt, in plaats van een hobbelig karrenspoor.’

Naar vóren

Momenteel begeleidt het huurteam van Verbouwstromen zeven samenwerkingsverbanden door het hele land. Zes ervan opereren met de MEER-subsidie, bedoeld voor consortia die grootschalig renoveren met een gestandaardiseerde aanpak. De samenwerkingsverbanden verschillen sterk van elkaar, vertelt Rick. ‘Ze verschillen bijvoorbeeld in omvang, in ambitiedoelen, in reikwijdte van samenwerking.’

Eén ding hebben ze echter gemeen: ‘Net als alle samenwerkingen in de bouw waarbij ik betrokken ben geweest, gaan ze graag gelijk over tot de uitvoering. De partijen willen naar vóren, dat kun je bijna niet tegenhouden. Maar wat op een gegeven moment steevast gebeurt, is dat mensen concluderen: wacht even, misschien moeten we ook op een ánder niveau met elkaar naar de samenwerking kijken.’

Op wat voor niveau bedoel je?
‘Ik bedoel het inrichten van de infrastructuur van de samenwerking. Het “wegennet” waarover je gaat rijden. Daarvoor is vaak te weinig aandacht, het bewustzijn daarover is relatief laag – wat ik helemaal snap, want het is geen core business. Maar onherroepelijk komt de fase waarin iedereen zich realiseert: we moeten praten over elkaars belangen en risico’s. En we moeten afspraken maken over hoe we met elkaar omgaan, over rollen, verantwoordelijkheden en de inrichting van het programma- en projectmanagement.’

Dapper

Op dat punt moeten er niet alleen harde afspraken worden gemaakt, benadrukt Rick, maar ook zachte. Eerlijkheid speelt daarbij een sleutelrol: ‘Als je bijvoorbeeld als corporatie niet gedetailleerd en actueel genoeg helder hebt wat het verduurzamingsniveau is van het bezit dat je inbrengt, kan dat ontzettend onhandig zijn. Want de bouwbedrijven moeten daarmee aan de slag. Het is voor een corporatie alleen best spannend om te zeggen: sorry, maar eerlijk gezegd hebben wij die data niet goed op orde. En vanaf de andere kant is het voor een bouwbedrijf spannend om een woningcorporatie hierop te wijzen.’

Of het voorbeeld van een bouwbedrijf dat de voorbereidingscapaciteit al volledig bezet heeft en toch ja zegt tegen een nieuw project. In dat geval zou uitstellen beter zijn, zodat efficiëntie en kwaliteit goed geborgd blijven. ‘Daarvoor moet je met elkaar een situatie van vertrouwen creëren. Zodat er ruimte is om je risico’s en zorgen te delen,’ zegt Rick. ‘Dat klinkt soft, maar het is eigenlijk spijkerhard. Want je moet ook dapper zijn. Je moet zeggen: zo zit het écht in elkaar. En laten we vanaf dáár met elkaar vertrekken, en niet vanaf een illusionaire wereld.’

Hoe ontstaat zo’n punt, dat iedereen zich daarvan bewust is? Moet daarvoor iemand met de vuist op tafel slaan?
Lachend: ‘Sja, dat is wel een beetje mijn profiel. Mijn stijl is: hardop zeggen wat niet gezegd durft te worden. Kijk, we weten allemaal hoe het werkt. Het is niet anders dan thuis. Thuis heb je ook relaties en kun je ook gewoon het beste eerlijk zeggen hoe het ervoor staat. Maar het blijft een zoektocht, want elk consortium is anders. Elk samenwerkingsverband vindt zijn eigen ritme, zijn eigen tempo. Het is onze rol als Verbouwstromen om dat thema samenwerken te blijven agenderen. Ook als anderen denken: heb je hen weer – dan tóch.’

Hoe valt dat? Ben je dan de boeman?
‘Nee, er is hoofdzakelijk begrip. Maar dat betekent nog niet dat het wordt toegepast. Mensen erkennen het, maar er zit ook druk achter. Mensen willen zich in de eerste plaats veilig voelen op de inhoud: dat het project goed tot uitvoering komt. Als die veiligheid er is, voelt iedereen daarna de ruimte om over andere dingen te praten. Natúúrlijk is de inhoud topprioriteit. Want het gaat ook gewoon over dat doel om je CO2-uitstoot te halveren. En toch gaat dat veel beter, makkelijker én leuker lukken als je het thema samenwerken met elkaar agendeert en blíjft agenderen.’

Een eis van de MEER-subsidie is dat er wordt geïnnoveerd. Wat zijn de diverse innovaties in de samenwerkingsverbanden tot dusver?
‘In deze fase zit de innovatie vooral in het proces. We moeten natuurlijk producten met elkaar ontwikkelen die verduurzaming makkelijker maken. Maar er moet eerst op procesniveau veel worden gestandaardiseerd. Hoe bereid je het project voor, hoe richt je samenwerking in, hoe ga je de uitvoering doen? Als dat is gestandaardiseerd – en dus geïnnoveerd – ontstaat er een continuïteit vanaf de vraagzijde, de corporaties, naar marktpartijen, de bouwers. Zodat bouwers vertrouwen ontwikkelen: aha, het gaat weer op deze manier, dat is mooi, die manier kennen we en die werkt. Dan kunnen ze nadenken over productvernieuwing. Ik verwacht dat die productinnovaties in de loop van volgend jaar hun weg gaan vinden.’

Wat is de rol van de MEER-subsidie hierin? Heeft het veel in gang gezet? ‘Ja absoluut. Voor samenwerkingsverbanden die op het randje stonden van wel of niet met elkaar aan de bak gaan, was dit bijvoorbeeld een trigger om het te doen. We hebben er zes samenwerkingsverbanden mee gekregen waarin we dit kunnen ontwikkelen met elkaar. Dat is ook een belangrijke doelstelling van Verbouwstromen: als we het hier met elkaar weten te doen, is dat een superleerschool voor de rest van Nederland. Wij transplanteren de geleerde lessen naar andere consortia. Dus hier heeft Nederland heel veel aan. Maar: we moeten het nog wel “even” waarmaken met elkaar!’

Op de hoogte blijven?

Wil jij op de hoogte blijven over het laatste nieuws van Verbouwstromen?

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.
Toestemming

Verbouwstromen ondersteunt het Programma Versnelling verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO) in het realiseren van haar doelen en wordt mede mogelijk gemaakt door steun van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.